dinsdag 24 april 2012

Een tipje van de sluier...






PS. fondsenwerving nog niet afgelopen. Voelt u zich in een gulle bui? Lees dan dit artikel!

zondag 29 januari 2012

Wachten op Jeroen Sebrechts

door Peter Thijssen

Het succes van zijn vorige film, Budapest Backwards, was nog niet weggeëbd of regisseur Jeroen Sebrechts en producente Amber Bordewijk werkten al volop aan de volgende film met als werktitel: Agymenés (“Stroom”). Ondanks het ontbreken van voldoende fondsen, legt 't expatduo Jeroen en Amber de lat hoog: Cannes!! „Iedereen wacht op Jeroen Sebrechts”, opent Jeroen lachend het interview in café 'Godot'. Om nog steeds lachend te vervolgen: “Op naar de filmfestivals van Berlijn en Cannes! We zetten hoog in. Met de mensen die we nu om ons heen verzameld hebben, behoort het ook echt tot de mogelijkheden!” Jeroen verwijst daarmee naar de indrukwekkende lijst van medewerkers: de wereldberoemde Hongaarse acteur Zsolt Nagy; de beste cameraman van Hongarije, Mátyás Erdély; geluidsman Gábor Balázs die bij zowat alle beroemde Hongaarse films van de laatste 10 jaar betrokken is en ook Lajos Símon, de machinist van de nieuwe Die Hard-film. Met andere woorden, de crème de la crème van de Hongaarse filmindustrie staat klaar om van dit project een filmpareltje te maken. Daarnaast helpt de uitstekende vertaalster-tolk Eszter Látos Jeroen op de set en bij de vertaling van het script naar het Hongaars.

Acteur Zsolt Nagy speelt de hoofdrol
 We zien een jogger stoom afblazen om te ontsnappen aan de depressie van zijn vrouw die hem de afgrond mee in dreigt te sleuren. We horen zijn woeste adem, zijn ritmische tred en... zijn gedachten. “Als je lange afstanden rent, gaan je gedachten soms met je aan de haal en spring je van de ene half-geformuleerde gedachte naar de volgende. Dat probeerden co-scenariste Leen Verheyen en ik in een scenario te vatten. Door te luisteren naar de gedachtestroom van de man, kruipt het publiek in zijn huid. Puzzelstukje na puzzelstukje ontcijfert de kijker het hallucinante verhaal van de man via zijn gedachten.” Ook technisch wordt 't een opmerkelijke film. „De hele film bestaat uit één enkel shot, een zogenaamde long take van 8 tot 10 minuten. Ik wil dat het publiek, net als het personage, bijna fysiek mee in ademnood komt te zitten.” Een intense, onverbiddelijke film. “Het wordt een huzarenstukje om het op deze manier op te nemen, maar als het slaagt, zal het ongelofelijk straf werken,” beweert Jeroen in onvervalst Antwerps. Mij heeft ie overtuigd.

Jeroen Sebrechts
Een duur project? “Helaas wel! Het filmfonds in Hongarije is drooggelegd. We krijgen geen subsidie. In deze tijden is nauwelijks geld voor cultuur. Ook vanuit Nederland en België wordt geen geld beschikbaar gesteld. De kortfilm valt helemaal tussen wal en schip: te Belgisch voor Hongaarse sponsors, te Hongaars voor Belgische subsidies. Alle medewerkers begrijpen dat en werken onbezoldigd mee omdat ze in dit project geloven.” Blijft wel de huur over voor alle apparatuur. “Dat betekent lenen bij broers en tantes en renteloos aflossen. Ik zie het als een investering in mezelf: ik geloof dat deze kortfilm een opstap is in mijn carrière!

Ik geloof ook in 'crowdfunding', een alternatieve manier van sponsoring. Dat komt erop neer dat iedereen, wie dan ook overal ter wereld, zijn centje kan bijdragen om in de film te investeren: vele kleintjes maken een groot! Je krijgt er ook wat voor terug. Zo wordt iedereen die minstens 50 euro doneert van harte bedankt op de aftiteling en kan iedere sponsor van 250 euro of meer worden vermeld als 'executive producer’.” Bovendien krijgen alle donors later een DVD toegestuurd. Dat is pas investeren in cultuur!

“Wie zit er te wachten op de nieuwe Spielberg of Almodovar? Niemand, tenzij die zelf zijn plek komt opeisen. Daarom maak ik een kortfilm,” legt Jeroen uit. “Als ik mijn carrière niet zelf opeis, wie zal ‘t dan doen? Je moet je eigen motor starten alvorens mensen je wagen kunnen bewonderen.”

Via onderstaand PayPal-knopje kan je je steentje bijdragen. Vermeld als mededeling "AGYMENES" + "BEDANKT"/"EXECUTIVE" + JE NAAM + MAILADRES:



Binnen de week krijg je een bevestiging per mail, waarin je adres wordt gevraagd voor de dvd! Alvast bedankt.

meer info over de medewerkers:
acteur Zsolt Nagy: www.nagyzsolt.com
cameraman Mátyás Erdély: www.dop.hu

maandag 12 december 2011

Taalverwondering

Smullen van een taal als van een potje pudding. Helemaal uitlepelen.
Samen met Eszter werk ik vanavond aan de vertaling van mijn script, voorlopig getiteld 'Agymenés' (Zoiets als stoelgang, maar dan voor hersenen. Gedachtenschijterij dus) en ik geniet met volle teugen. Alsof ik in jaren geen Hongaars heb gehoord. Als ik kwaliteit zie in mensen om me heen, kan ik mijn glimlach nooit onderdrukken. Hoe dat komt, weet ik niet. Misschien zoiets als "Wat een gelukkige aap ben ik, dat ik zo'n kwaliteitsmensen om me heen heb". Dus sloeg ik onze vertaalarbeid vanavond met een gelukkig apensmoelwerk gade.


De eerste woorden uit de film:
megérdemled
én nem érdemlem meg
megérdemled
én nem érdemlem meg
megérdemled
én nem érdemlem meg

Bijna de kat die de krollen van de trap krabt. De kick om een vertaling te vinden die zelfs beter en poetischer is in het Hongaars dan het origineel: "samen gaan lopen - de dageraad aflopen" wordt "együtt fútni - a mókuskerékben", wat zoiets betekent als "samen lopen - in het cavialoopwiel"


Het is niet alleen fantastisch om te zien hoe iemand geinspireerd bezig is met jouw schrijfsels, het is ook geweldig er mee in te zitten en te beseffen dat je de Hongaarse taalmechanismes aanvoelt, en ook de esthetiek ervan. Zelfs schoonheid zien in het woord "seggfej" ("klootzak"). A giant leap for my Magyarness.

vrijdag 28 oktober 2011

Budapest forwards!

Met “culturele verschillen in een relatie” als enige richtlijn ging ik met niet-professionele acteurs Nikola Tutek en Roberta Herrick op 27 juli aan de slag om een kortfilm te maken. Drie dagen improviseren, onmiddellijk gevolgd door twee dagen filmen. Dat was een concept dat ik al lang eens wilde uitproberen, en hieronder zie je een stukje van het resultaat.
Heel blij met het werkproces, heel blij met de couleur locale die erin is geslopen. Bedankt aan iedereen die met verhalen en praktische tips de film mee heeft gevoed. Dankjewel acteurs, dankjewel Karel.



Mijn volgende kortfilm wordt een groter project dat ik volledig in het Hongaars wil filmen. ‘Agymennés’ vertelt het verhaal van een Hongaar die gaat joggen op het Margit-eiland om stoom af te blazen en te ontsnappen aan de depressie van zijn vrouw die hem mee de afgrond insleurt. Tijdens de film hoor je als kijker zijn gedachtenstroom en zo kruip je in de huid van het hoofdpersonage. Beetje bij beetje ontcijfer je de omvang van de destructieve spiraal waar ie zich in bevindt. Als voorsmaakje alvast een klein stukje uit het scenario:
“vijfentwintig over zes 
gisteren was ik hier al om zes uur tien denk ik 
morgen terug vroeger opstaan 
kan ze beter slapen
he een vlindertje
dat kan toch niet eigenlijk 
niet kunnen slapen 
met twee in een bed
houden andere mensen elkaar dan ook altijd wakker 
allemaal klootzakken dus
kloot 
zak 
lullig woord eigenlijk 
klootzak”
Deze winter wordt de kortfilm gedraaid - ALS ik het budget bijeenkrijg. Eén van de beste cameramannen van Hongarije, Érdély Mátyás, heeft enthousiast toegezegd. Een andere Hongaarse held van mij, Nagy Zsolt, wil de hoofdrol spelen. Fantastisch nieuws, maar helaas stort dit project zonder financiële hulp als een kaartenhuisje in elkaar... 



dinsdag 27 september 2011

Hongaarse ochtend.

Kwart voor zes 's ochtends stap ik de Urania cinema op Rákoczi út binnen. Het merendeel van Jancsó Miklos’ oeuvre werd in een filmmarathon vertoond ter ere van 's mans 90e verjaardag, en samen met vijftien die-hard cinefielen had ik ‘Sirokkó’ er uitgepikt als ochtendlijke bittere filmpil. Nog steeds ben ik het Hongaars te weinig meester om de film te volgen - het op voorhand lezen van de korte inhoud is onontbeerlijk. Toch val ik nog in slaap (excuses, Miklós). Je kent dat wel, mensen die met een schok wakker schieten en een seconde later zie je hun hoofd weer naar beneden tollen. Zo zit ik er de hele film lang bij. Maar in dat slaperige vagevuur beleef ik toch een enorm indrukwekkende filmervaring. Die camera cirkelt onophoudelijk rond Hongaarse historische personages met de hardste kloten. Paranoia. Angst. Veel méér dan historische correctheid. Een ziel, geprojecteerd op het witte doek. Een ziel die samenvalt met de Hongaarse ziel. En met de ziel van de zestien mensen in de zaal - zelfs die ene wegdommelende ziel die de dialogen niet kan volgen. Ik kom tot een hernieuwd besef van de keihard-heid van de Hongaarse roots (en het softe van de mijne).
Ik strompel naar buiten en kijk naar de Hongaren die naar hun werk rijden en kwaad zijn. Ze passen nog helemaal in het plaatje van de film, weliswaar ge-updatet. Aan de overkant een bakker die ik ken. In 2009 liep ik hier voor de eerste keer deze bakkerij binnen, en nu pas voor de tweede keer. Ik wil een boterkoek. 'Vajas' is geen woord blijkbaar, of ik spreek het niet goed uit. “Kaneelkoek?” Nee. Ik wijs ‘m aan. ‘En ik wil een koffie.’ “Aan de andere toog betalen.” Geen vriendelijkheid bij de croissant, geen reden daartoe. Vind ik ook. Koffie en service van Hongaars kaliber. Met de hardste kloten.

Fel ochtendlicht. Stilstaan met een koffie en nors kijken. Thuis zijn in Hongarije.

zaterdag 12 maart 2011

Hévízre (turn, turn, turn).


Een eerste trein heen en een laatste trein terug, dezelfde dag nog. Mijn zus Ellen was enkele dagen op bezoek, dus ik dacht te profiteren van de gelegenheid en van haar euro’s om eens buiten de stadsmuren te komen. Hévíz werd ons aangeraden vanuit verschillende hoeken: een vulkanisch meer, het grootste / op één na grootste van Europa. De belofte van avontuur, ongerepte natuur... en de realiteit van een uitgebreid wellnesscomplex voor tachtigjarigen. (‘s Zomers verschuift de gemiddelde leeftijd echter, omgekeerd evenredig met de buitentemperatuur) 
Haar bezoek markeert een keerpunt. Want wanneer over twee dagen mijn zus weer naar Belgie zal vliegen, breekt voor mij een tijdperk van werk en meer financiele zekerheid aan.  Dan zal mijn verblijf in Hongarije toch alvast iets concreets hebben opgeleverd. Aan zo’n bewijs heb ik steeds meer behoefte. Bovendien, te lang zonder werk zitten in een vreemd land helpt de ontvreemding ook niet echt vooruit.
Sloeg de bestemming enigszins tegen, dan deed de treinreis naar Hévíz dat geenszins. De zon scheen me wakker toen het voorbijglijdende landschap het dorpsstation van Balatonvilágos onthulde, en meteen erna: het meer. Balaton, de oevers met ijsschotsen afgebakend, in de blakende zon. Er was een dam in mijn droom geopend en de de wereld die door het raam naar binnen scheen vermengde zich er zacht gutsend mee.
Ik herkende deze droom. Het was dezelfde die ik jaren geleden had gehad, voor het eerst toen ik zeventien was. Los te zweven in een onbekend land, en je heerlijk soezend thuis te voelen in dat onbekende. Samen met enkele vrienden hadden we een huisje gehuurd in het zuiden van Frankrijk. We keerden met de TGV terug vanuit Valence, het was de reis die onze jaren in het middelbaar afsloot. Ingeslapen op de zetel, temidden een berg jassen en rugzakken haast onopgemerkt door voorbijgangers in het gangpad, werd ik gewekt door priemend zonlicht, en in het tegenlicht zag ik mijn vrienden kaarten. Hoe banaal het beeld mag lijken, voor het eerst zover ik me kan herinneren kon het me helemaal niet schelen hoe laat het was en hoe lang alles duurde. The Byrds, uit de koptelefoon van het meisje dat op de zetel naast me inslaapt, als soundtrack. Het zonlicht goot in me binnen als een drug, en ik voelde dat er een mooi hoofdstuk in m’n leven op afsluiten stond. Ik keek uit naar de toekomst.
Mijn zus slaapt op onze jassen en rugzakken, haar mond hangt open. Ik veeg het prut uit mijn ogen en kijk naar buiten. Terwijl het Balatonmeer voorbij glijdt in tegenlicht, komt de tijd zichzelf weer lieflijk aan me bekend maken. Er staat iets te gebeuren. Iets sluit zich af, en het is mooi geweest.

zaterdag 5 februari 2011

Alicia

Als Belg die een half jaar geleden naar Hongarije verhuisde, merkte ik gauw dat ik door de locals ingedeeld werd in de groep külföldiek. De buitenlanders. De expats, de hippe westerlingen, één van de ventjes die met hun mac op café gaat zitten, goed voor de economie. Maar geen magyar. Ik heb sinds mijn aankomst in Budapest een grote behoefte ondervonden om me te integreren, de taal machtig te worden, te verhongaarsen. Ik heb al heel wat rare blikken te slikken gekregen wanneer ik een gepassioneerd betoog afsteek over mijn verlangen naar magyarisation. Külföldiek vinden dat ik overdrijf, en de magyarok praten liever Engels met me. 
Hongaren zijn een trots volk, en met reden: ze hebben een hoofdstad met prachtige gebouwen, een complexe geschiedenis, briljante historische figuren, een rijke visuele én literaire cultuur met diepe, diepe wortels. Gemiddeld in elke twee zinnen hoor je een Hongaar wel het woord ‘magyar’ vermelden. Waarom heb ik me nooit zo Belg gevoeld? Ik denk aan de vele keren wanneer ik me eerst als Belg, en om te verduidelijken als Vlaming voorstel - met een zekere schaamte omwille van de separatistische bijklank (hoewel die bijklank hier in Budapest niet eens hoorbaar is). Terwijl ik eigenlijk liever met Brussel geassocieerd word.
Natuurlijk zal ik me de cultuur nooit volledig eigen maken. “Je kan de jongen uit het dorp halen, maar het dorp nooit uit de jongen.” Eén of ander soortgelijk spreekwoord is in elk geval van toepassing. Maar het lijkt wel of ik zelf de enige ben die mijn snel-integratie echt aanmoedigt. Moet ik mezelf vragen stellen bij dit verlangen? Is dit dan geen verlangen dat elke buitenlander in een ander land ervaart? Is het dat van een Belg, die een problematische nationaliteit achter zich wil laten? Of gewoon de melancholie van iemand die ver van huis is en ergens bij wil horen? 
Op de demonstratie tegen de omstreden mediawet - want ik wil vrijheid van meningsuiting in mijn Hongarije - stelt mijn bejaarde vriend Mihály me voor aan een Bruxelloise. Een ravissant exemplaar bovendien. Alicia heeft een Spaanse vader en een Hongaarse moeder, terwijl ze in Brussel geboren en getogen is. Ze is een week geleden naar Budapest verhuisd om haar Hongaarse roots te leren kennen. Enkele dagen later nodig ik haar uit op een evenement, waar ook Mihály opnieuw aanwezig is. Alicia praat vlot Hongaars met hem - van haar moeder meegekregen. Sporadisch versta ik enkele woorden, hier en daar een volledige zin van hun steeds meer gepassioneerde conversatie. Plots slaat hun gesprek om in verbazing: “Echt?!” “Tényleg?!”. Vooral de vraagtekens en uitroeptekens zijn hoorbaar. Ze kijken elkaar in de ogen, en er stromen dikke tranen over Alicia’s wangen. Mihály neemt haar stevig vast. Alicia’s grootvader was een held tijdens de revolutie van 1956, gestorven in het verzet. Mihály kende hem. De rest van de avond vullen ze met gesprekken, stiltes en meer tranen. Meer en meer gebruikt Alicia het woord ‘magyar’ in haar zinnen. Er hangt melancholie in de lucht, en het verbaast me hoe kort geleden vijftig jaar is.
Ik ben zwijgende getuige van dit alles, en denk aan mijn ontwortelde belgdom. Waar thuis is, en waarom. 
Alicia en ik wandelen samen naar huis. Ze voelt zich rijk, ze voelt zich goed. Voorzichtig leg ik mijn arm om haar schouder. Het is niet zo koud meer. Hoe lang duurt het eer wortels ingroeien?